ECLI:NL:GHDHA:2023:26
Gerechtshof Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing van voorlopige hechtenis ondanks buitenlandse gevangenisstraf
Op 22 december 2022 diende de verdachte een verzoek in tot schorsing van zijn voorlopige hechtenis. De verdachte wenste de uitvoering van een onherroepelijke gevangenisstraf opgelegd door een Franse rechter voorrang te geven. Het gerechtshof Den Haag behandelde dit verzoek op 12 januari 2023 in raadkamer, waarbij de verdachte schriftelijk verklaarde niet gehoord te willen worden.
Het hof nam kennis van het verzoek en relevante stukken, waaronder het veroordelend vonnis van de rechtbank Rotterdam van 21 september 2022. Volgens artikel 1:4 van Pro de ministeriële Regeling tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen gaat de tenuitvoerlegging van voorlopige hechtenis voor op buitenlandse vrijheidsstraffen die in Nederland worden uitgevoerd.
Het hof constateerde dat er geen persoonlijke belangen van de verdachte zijn die een afwijking van deze executievolgorde rechtvaardigen. Ook het verschil in detentieregimes tussen voorlopige hechtenis en onherroepelijke gevangenisstraf werd meegewogen, maar bood geen grond voor schorsing.
Daarom wees het hof het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af. De beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Den Haag op 12 januari 2023.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen wegens ontbreken van persoonlijke belangen die afwijking van de executievolgorde rechtvaardigen.