In deze strafzaak stond verdachte terecht voor actieve ambtelijke omkoping, waarbij hij zou hebben toegezegd of verleend niet-reguliere kortingen op privéaankopen van personenauto's aan ambtenaren. De rechtbank had verdachte veroordeeld tot een taakstraf, maar het hof heeft het vonnis vernietigd voor zover het hoger beroep betreft.
Het hof verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk voor het deel van de tenlastelegging dat betrekking heeft op de periode van 1 juli 2005 tot en met 2 december 2006 wegens verjaring. Voor het overige deel van de tenlastelegging was het OM ontvankelijk.
Ten aanzien van de inhoudelijke beoordeling oordeelde het hof dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte een (extra) niet-reguliere of niet-zakelijke korting had verleend aan de betrokken ambtenaren. Ook kon niet worden vastgesteld dat verdachte degene was die de korting heeft gegeven. Daarom sprak het hof verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten.
De verdediging voerde onder meer aan dat de overschrijding van de redelijke termijn en het gelijkheidsbeginsel tot niet-ontvankelijkheid moesten leiden, maar het hof verwierp deze verweren. Het arrest is gewezen door mr. E.C. van Veen, mr. J.M. Reinking en mr. W.J. van Boven en uitgesproken op 20 december 2023.