ECLI:NL:GHDHA:2023:2718
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Internationale kinderontvoering en aanhechting van spiegelovereenkomst inzake ouderlijke verantwoordelijkheid
In deze zaak gaat het om een verzoek tot aanhechting van een spiegelovereenkomst tussen de ouders van een minderjarige geboren in Brazilië, in het kader van een internationale kinderontvoeringprocedure. Het hof verwijst naar een eerdere tussenbeschikking waarin de teruggeleiding van het kind naar Brazilië was gelast.
De ouders hebben gezamenlijk een spiegelovereenkomst gesloten waarin afspraken zijn gemaakt over de ouderlijke verantwoordelijkheid. De rechtbank had nagelaten hierover een beslissing te nemen, waardoor het hof dit verzuim in hoger beroep herstelt. Het hof acht zich internationaal bevoegd op grond van artikel 10 van Pro de EU-Verordening Brussel II-ter, gezien de nauwe band met Nederland en de expliciete aanvaarding van de partijen.
Het hof overweegt dat de gemaakte afspraken in het belang zijn van het kind en besluit de spiegelovereenkomst op te nemen in de beschikking. Tevens verklaart het hof de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van het Gerechtshof Den Haag op 19 december 2023.
Uitkomst: Het hof hecht de spiegelovereenkomst aan de beschikking en verklaart deze uitvoerbaar bij voorraad.