ECLI:NL:GHDHA:2023:2765
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- A.N. Labohm
- C.M. Warnaar
- J.B. Backhuijs
- Rechtspraak.nl
Wijziging voorlopige partneralimentatie na verbroken lotsverbondenheid door strafrechtelijke veroordeling
Partijen zijn gehuwd in 2013 en waren in gemeenschap van goederen. De vrouw is in 2021 strafrechtelijk veroordeeld voor mishandeling en bedreiging van de man, wat leidde tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en bijzondere voorwaarden waaronder behandeling en afstand van de woning.
De rechtbank had in eerste aanleg de echtscheiding uitgesproken en de partneralimentatie van de vrouw afgewezen vanwege de verbroken lotsverbondenheid door haar grievende gedrag. De vrouw stelde dit in hoger beroep ter discussie, maar het hof verklaarde haar niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen de echtscheiding en bevestigde dat de lotsverbondenheid is verbroken.
De man verzocht tevens om wijziging van de voorlopige voorzieningen, met name het beëindigen van de partneralimentatie vanaf 15 juli 2021 en terugbetaling van reeds betaalde bedragen. Het hof oordeelde dat het verzoek ontvankelijk was en stelde de voorlopige alimentatie per 9 november 2022 op nihil, met terugbetalingsverplichting voor de vrouw over de periode daarna.
Het hof motiveerde dat de vrouw zich niet aan de voorwaarden van het strafvonnis heeft gehouden, niet in behandeling is gegaan en haar gedrag nog steeds grievend is. De vrouw heeft geen inzicht gegeven in haar financiële situatie en het hof acht haar wel in staat tot terugbetaling. De kosten van het hoger beroep en wijzigingsverzoek worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De voorlopige partneralimentatie wordt per 9 november 2022 op nihil gesteld en de vrouw moet de daarna ontvangen alimentatie terugbetalen.