Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
of omstreeks27 oktober 2020 te 's-Gravenhage
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1]
en/of [slachtoffer 3]opzettelijk van het leven te beroven, met een vuurwapen een
(aantal)kogel
(s)heeft afgevuurd
op ofin de richting van die [slachtoffer 1]
en/of [slachtoffer 3]terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
of omstreeks27 oktober 2020 te 's-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 2]
en/of onbekend gebleven personenopzettelijk van het leven te beroven, met een vuurwapen een
(aantal)kogel
(s)heeft afgevuurd in de richting van die [slachtoffer 2] (zich bevindend in restaurant [restaurant])
en/of van onbekend gebleven personen (zich bevindend op en nabij het [straat 1]), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
of omstreeks27 oktober 2020 te 's-Gravenhage opzettelijk en wederrechtelijk een raam en
/ofeen televisie,
elk geval enig goed, datdiegeheel of ten dele aan een ander, te wetenaan [restaurant]
en/of [slachtoffer 4]toebehoorde
n, heeft vernield
, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
ongeveer109,6 gram
, in elk geval een hoeveelheidvan een materiaal bevattende coca
ïne en
/of ongeveer6,1 gram
, in elk geval een hoeveelheidvan een materiaal bevattende MDMA, zijnde cocaïne en
/ofMDMA
(telkens
)een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
, althans een of meer,wapen
(s
)van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten twee
, althans een of meer,elektrische stroomstootwapen
(s
),
zijnde (een) voorwerp(en) waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebrachtvoorhanden heeft gehad.
De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Er is geen grond de inhoud van het begrip 'aanmerkelijke kans' afhankelijk te stellen van de aard van het gevolg. Het moet gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten, dat wil zeggen: een in de gegeven omstandigheden reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid. Onder 'de naar algemene ervaringsregels aanmerkelijke kans' dient te worden verstaan de in de gegeven omstandigheden reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid.
Voor de vraag of sprake is van bewuste aanvaarding van zo een kans heeft te gelden dat uit de enkele omstandigheid dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, niet zonder meer kan worden afgeleid dat hij de aanmerkelijke kans op het gevolg ook bewust heeft aanvaard, omdat ook sprake kan zijn van bewuste schuld. Van degene die weet heeft van de aanmerkelijke kans op het gevolg, maar die naar het oordeel van de rechter ervan is uitgegaan dat het gevolg niet zal intreden, kan wel worden gezegd dat hij met (grove) onachtzaamheid heeft gehandeld maar niet dat zijn opzet in voorwaardelijke vorm op dat gevolg gericht is geweest.
1 en 2:
telkens: poging tot doodslag;
3.
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;
4.
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C gegeven verbod, meermalen gepleegd;
5.
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) jaren.
€ 2.708,21 (tweeduizend zevenhonderdacht euro en eenentwintig cent) bestaande uit € 208,21 (tweehonderdacht euro en eenentwintig cent) materiële schade en € 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) immateriële schade,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 2.708,21 (tweeduizend zevenhonderdacht euro en eenentwintig cent) bestaande uit € 208,21 (tweehonderdacht euro en eenentwintig cent) materiële schade en € 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
37 (zevenendertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro)als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
25 (vijfentwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.