Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
Dit is afgezien van mijn eigen afspraak met [medeverdachte]: in dat geval zou er nog een kwart afgaan (…)’.).
Gerechtshof Den Haag
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor omkoping en valsheid in geschrifte met betrekking tot betalingen en factureringen aan een bestuurder van een stichting. Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en verdachte vrijgesproken.
Het hof oordeelde dat de betalingen aan de bestuurder niet gericht waren op het verkrijgen van opdrachten binnen de stichting, maar voortkwamen uit een adviesrelatie en financiële ondersteuning. Er ontbrak een causaal verband tussen de betalingen en het verkrijgen van opdrachten, en de betalingsafspraken waren niet heimelijk. Ook was er onvoldoende bewijs dat de facturen opzettelijk vals waren opgemaakt; onjuistheden werden als slordigheden beoordeeld.
De verdachte had een hoge arbeidsethos en werkte veel uren, wat door het dossier werd ondersteund. Het hof concludeerde dat het niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte de tenlastegelegde feiten had begaan. Daarom sprak het hof verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs.