De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor schuldheling van een elektrische fiets die hij op of omstreeks 20 oktober 2021 in Den Haag had verworven. Hij kocht de fiets via Marktplaats van een onbekende man voor € 200, waarbij de accu en sleutel van het ringslot ontbraken. Het hof oordeelde dat deze omstandigheden bij de verdachte vragen over de herkomst van de fiets hadden moeten oproepen, waardoor hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het om een door misdrijf verkregen goed ging.
De verdediging stelde dat de verdachte niet wist en ook niet redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de fiets gestolen was. Dit verweer werd door het hof verworpen. Het bewijs bestond uit de verklaringen van de verdachte en de omstandigheden van de aankoop. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte schuldheling heeft gepleegd.
Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de ernst van het feit, het effect van heling op het criminele circuit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder het ontbreken van eerdere onherroepelijke veroordelingen. Het hof legde een gevangenisstraf van 7 dagen op, waarvan 4 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, waarbij rekening werd gehouden met het reeds ondergane voorarrest.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het arrest van het hof vervangt dit. De verdachte werd vrijgesproken van hetgeen meer of anders was tenlastegelegd dan schuldheling van de elektrische fiets.