ECLI:NL:GHDHA:2023:2965

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
7 februari 2023
Publicatiedatum
5 maart 2025
Zaaknummer
22-003235-21
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 417bis SrArt. 27 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling schuldheling elektrische fiets met deels voorwaardelijke gevangenisstraf

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor schuldheling van een elektrische fiets die hij op of omstreeks 20 oktober 2021 in Den Haag had verworven. Hij kocht de fiets via Marktplaats van een onbekende man voor € 200, waarbij de accu en sleutel van het ringslot ontbraken. Het hof oordeelde dat deze omstandigheden bij de verdachte vragen over de herkomst van de fiets hadden moeten oproepen, waardoor hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het om een door misdrijf verkregen goed ging.

De verdediging stelde dat de verdachte niet wist en ook niet redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de fiets gestolen was. Dit verweer werd door het hof verworpen. Het bewijs bestond uit de verklaringen van de verdachte en de omstandigheden van de aankoop. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte schuldheling heeft gepleegd.

Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de ernst van het feit, het effect van heling op het criminele circuit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder het ontbreken van eerdere onherroepelijke veroordelingen. Het hof legde een gevangenisstraf van 7 dagen op, waarvan 4 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, waarbij rekening werd gehouden met het reeds ondergane voorarrest.

Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het arrest van het hof vervangt dit. De verdachte werd vrijgesproken van hetgeen meer of anders was tenlastegelegd dan schuldheling van de elektrische fiets.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 7 dagen gevangenisstraf waarvan 4 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar voor schuldheling van een elektrische fiets.

Uitspraak

Rolnummer: 22-003235-21
Parketnummer: 09-284206-21
Datum uitspraak: 7 februari 2023
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 21 oktober 2021 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren in de [geboorteland] op [geboortedatum] 1984,
thans zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 week waarvan 4 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van 2 jaren.
Voorts is de gevangenneming ter terechtzitting bevolen.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 20 oktober 2021 te 's-Gravenhage, een (elektrische) fiets, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Bespreking bewijsverweer.
De raadsman van de verdachte heeft – kort gezegd – aangevoerd dat verdachte niet wist en ook niet redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de elektrische fiets van diefstal afkomstig was.
Het hof overweegt als volgt. De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij de elektrische fiets voor € 200,00 heeft gekocht in het centrum van Den Haag van een hem onbekende man waarmee hij had afgesproken via Marktplaats. De accu en de sleutel van het ringslot van de fiets ontbraken. De verdachte kreeg wel een los kettingslot bij de fiets. Toen de onbekende man de fiets aan de verdachte liet zien hadden deze eigenschappen van de aangeboden fiets - onder deze omstandigheden - bij de verdachte vragen over de herkomst moeten oproepen. Zonder aannemelijk antwoord op die vragen had de verdachte, ook wanneer hij de toestand van het ringslot op grond van hetgeen hij in Oekraïne gewend was op de koop toe heeft genomen, redelijkerwijs moeten vermoeden dat de elektrische fiets van diefstal afkomstig was.
Het verweer wordt verworpen.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op
of omstreeks20 oktober 2021 te 's-Gravenhage, een
(elektrische
)fiets
, althans een goed heeft verworven,voorhanden heeft gehad,
en/of heeft overgedragen,terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed
wist, althansredelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:

schuldheling.

Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan schuldheling van een elektrische fiets.
Door heling van gestolen goederen blijft het criminele circuit van diefstal en heling in stand en wordt de benadeelde overlast en financiële schade bezorgd. Dat verdachte niet opzettelijk heeft geheeld doet aan het effect van zijn handelen niet af.
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 29 december 2022, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur - waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van het reeds ondergane voorarrest - een passende en geboden reactie vormt.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c en 417bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals hiervoor overwogen heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
4 (vier) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door mr. R.M. Bouritius,
mr. H. Steenhuis en mr. J.J.H.M. van Gennip, in bijzijn van de griffier mr. A.M. Grasman.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 7 februari 2023.
mr. J.J.H.M. van Gennip is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.