ECLI:NL:GHDHA:2023:527
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- T.J. Sleeswijk Visser
- J.A. van Dorp
- R. van der Hoeven
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie in vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens ontbrekende relevante veroordeling
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen het vonnis van de economische kamer van de rechtbank Rotterdam waarin een bedrag van € 91.503,77 werd vastgesteld als wederrechtelijk verkregen voordeel en ontneming daarvan werd opgelegd aan de betrokkene.
Het Openbaar Ministerie had aanvankelijk een vordering tot ontneming van € 933.229,25 ingesteld, welke ter terechtzitting in eerste aanleg werd beperkt tot € 214.048,73. In hoger beroep werd de vordering door de advocaat-generaal verder beperkt tot € 68.627,50.
Het hof heeft vastgesteld dat de betrokkene in zijn strafzaak door het gerechtshof is vrijgesproken van de relevante feiten. Hierdoor ontbreekt een relevante veroordeling wegens een strafbaar feit die de basis kan vormen voor de ontnemingsvordering. Daarom verklaart het hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in diens vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en vernietigt het het vonnis waarvan beroep.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wegens het ontbreken van een relevante veroordeling.