In de hoofdzaak tussen verzoeker en de Raad voor de Kinderbescherming is op 8 maart 2023 een mondelinge behandeling gehouden door de raadsheren A.A.F. Donders, P.M.A.J. Bollen en M.J. Vonk. Verzoeker diende op 14 maart 2023 via zijn advocaat een brief in met een wrakingsverzoek tegen een of meerdere raadsheren wegens vermeende partijdigheid. De wrakingskamer vroeg om verduidelijking over welke rechter het verzoek betrekking had en constateerde dat het verzoek niet door de advocaat was ondertekend, wat in deze zaak verplicht is.
De wrakingskamer gaf verzoeker de gelegenheid om dit verzuim te herstellen en duidelijkheid te verschaffen over het wrakingsverzoek, maar verzoeker maakte hier geen gebruik van. Ook reageerde de advocaat niet. Daarom verklaarde de wrakingskamer het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. Er vond geen mondelinge behandeling plaats van het wrakingsverzoek.
De beslissing werd uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit E.C. van Veen, E.M. Dousma-Valk en I. Reijngoud op 31 maart 2023, en een afschrift werd toegezonden aan alle betrokken partijen.