ECLI:NL:GHDHA:2023:61
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hof heft ondertoezichtstelling op wegens ontbreken bedreigde ontwikkeling minderjarige
De minderjarige, geboren in 2006, was sinds 2011 meerdere malen onder toezicht gesteld vanwege bedreiging van haar ontwikkeling en problematische omgang tussen ouders. De vader kwam in hoger beroep tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling die door de rechtbank was bevolen tot juli 2023.
Het hof nam kennis van de feiten, waaronder de diagnose Rett syndroom en meervoudige verstandelijke beperking van de minderjarige, en de problematiek rondom omgang en verzorging. De vader stelde dat de ondertoezichtstelling niet langer noodzakelijk was omdat de moeder psycho-educatie kreeg en de ouders zelf de benodigde hulp konden organiseren.
De raad en gecertificeerde instelling verdedigden de noodzaak van de ondertoezichtstelling om veilige omgang te waarborgen. De moeder benadrukte het belang van voortzetting van de maatregel vanwege het risico op onderbreking van contact.
Het hof oordeelde dat de oorspronkelijke gronden voor ondertoezichtstelling terecht waren, maar dat op het moment van het hoger beroep geen actuele zorgsignalen meer waren. De ouders hadden afspraken gemaakt over omgang, en de omgangsmomenten die plaatsvonden verliepen goed. Daarom werd de ondertoezichtstelling met ingang van 25 januari 2023 opgeheven.
Uitkomst: Het hof heft de ondertoezichtstelling op wegens het ontbreken van actuele bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige.