ECLI:NL:GHDHA:2023:649
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- A.N. Labohm
- A. Zonneveld
- A.S. Mertens - Jong
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie na echtscheiding met gewijzigde draagkracht zelfstandig ondernemer
Partijen zijn gescheiden en hebben een echtscheidingsconvenant gesloten waarin de man een partneralimentatie van €8.333,33 bruto per maand aan de vrouw zou betalen. De man, zelfstandig ondernemer zonder personeel, zag zijn inkomen door de coronacrisis en andere omstandigheden aanzienlijk dalen en verzocht om verlaging van de alimentatie. De rechtbank wees dit verzoek af, stellende dat partijen bewust waren afgeweken van de wettelijke maatstaven.
In hoger beroep oordeelt het hof dat partijen niet bewust van de wettelijke maatstaven zijn afgeweken en dat artikel 1:401 lid 1 BW Pro van toepassing is voor wijziging. Het hof erkent de relevante daling van het inkomen van de man, mede door de coronapandemie en beëindiging van opdrachten, en houdt rekening met gewijzigde woonlasten en het ontbreken van een onderhoudsverplichting voor stiefkinderen.
Het hof bepaalt de partneralimentatie met ingang van de uitspraak op €6.476 bruto per maand en stelt dat over de periode vanaf 1 januari 2021 tot de uitspraak partijen niets meer van elkaar te vorderen hebben. Het incidentele verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof verlaagt de partneralimentatie naar €6.476 bruto per maand met ingang van de uitspraak en bepaalt dat over de periode vanaf 1 januari 2021 tot de uitspraak partijen niets meer van elkaar te vorderen hebben.