De minderjarige is kort na zijn geboorte uit huis geplaatst vanwege een zorgelijke situatie rondom de opvoeding door de moeder, die jong, kwetsbaar en dakloos is. De kinderrechter heeft de machtiging tot uithuisplaatsing reeds verlengd tot februari 2023. De moeder kwam in hoger beroep tegen deze verlenging en vorderde vernietiging of bekorting van de machtiging.
Het hof stelt vast dat de moeder niet in staat is om de zorg en opvoeding te dragen, mede vanwege haar verblijf in een daklozenopvang en het zorgelijke gedrag van de minderjarige. Hoewel een diagnostisch onderzoek noodzakelijk is om een passende vervolgplek, zoals een moeder-kindhuis, te bepalen, is dit onderzoek nog niet gestart en zijn er geen onderzoeksvragen geformuleerd.
De gecertificeerde instelling heeft de verlenging van de machtiging verdedigd met het oog op de veiligheid en het welzijn van de minderjarige. De pleegmoeder bevestigt de zorgelijke signalen bij het kind. Het hof concludeert dat de gronden voor uithuisplaatsing onverminderd aanwezig zijn en bekrachtigt de bestreden beschikking. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd.