Op 29 november 2017 vond te Katwijk een dodelijk verkeersongeval plaats waarbij de verdachte met zijn bestelauto op de weghelft van het tegemoetkomende verkeer kwam en frontaal botste met een Fiat Punto, bestuurd door het slachtoffer, die aan de gevolgen overleed.
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor roekeloos en onoplettend rijgedrag, maar stelde in hoger beroep dat hij ten tijde van het ongeval in verontschuldigbare onmacht verkeerde. Het hof liet aanvullend medisch en technisch onderzoek verrichten, waaronder een rapport van neuroloog Dellemijn die concludeerde dat een epileptische aanval de meest waarschijnlijke oorzaak was van de abrupte stuurbeweging en het bewustzijnsverlies.
Het hof achtte aannemelijk dat de verdachte een black-out had door een epileptische aanval, waardoor het ongeval niet aan zijn schuld te wijten was. De verdachte werd vrijgesproken van het primair tenlastegelegde en ontslagen van alle rechtsvervolging voor het subsidiair tenlastegelegde. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.
De uitspraak benadrukt dat het ontbreken van rem- of tegenstuurbewegingen en de medische rapportage samen wijzen op verontschuldigbare onmacht, waarbij het hof een lagere bewijslast hanteert. De verdachte heeft consistent verklaard een black-out te hebben gehad, wat door getuigen werd bevestigd. Andere mogelijke oorzaken zoals slaapaanval, CO-vergiftiging of hartproblemen werden door de deskundigen verworpen.
Het hof concludeert dat de verdachte niet strafbaar is voor het ongeval en spreekt hem vrij, waarmee het hof het belang van medische oorzaken bij verkeersincidenten onderstreept.