Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
in redelijkheidtot de beslissing om opdracht te geven tot beëindiging van de betoging en uiteen te gaan, heeft kunnen komen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
Op 10 oktober 2020 vond in Den Haag een betoging plaats tegen de coronamaatregelen zonder voorafgaande kennisgeving aan de burgemeester, zoals vereist volgens de Wet openbare manifestaties (WOM) en de Algemene Plaatselijke Verordening van Den Haag. De burgemeester gaf daarom op grond van artikel 7 WOM Pro opdracht de betoging te beëindigen en uiteen te gaan vanwege zorgen over volksgezondheid en dreiging van wanordelijkheden.
De verdachte werd ervan beschuldigd deze opdracht niet te hebben opgevolgd. In eerste aanleg werd hij vrijgesproken, maar het Openbaar Ministerie ging in hoger beroep. Het hof oordeelde dat de burgemeester in redelijkheid tot het beëindigingsbesluit kon komen gezien de omstandigheden en eerdere wanordelijkheden bij soortgelijke demonstraties.
Echter kon het hof niet met voldoende mate van zekerheid vaststellen dat de verdachte voldoende gelegenheid had gehad om zich te verwijderen nadat de beëindiging was bevolen, mede door de insluiting van de demonstranten door de ME. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de verdachte definitief vrijgesproken.
Het arrest benadrukt het belang van het fundamentele recht op demonstratie, de wettelijke beperkingen daarvan, en de noodzaak van voldoende bewijs om een overtreding van een beëindigingsbevel te kunnen vaststellen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij het beëindigingsbevel van de betoging niet heeft opgevolgd.