Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
a. de echtelijke woning en de daaraan verbonden hypothecaire geldlening
€ 17.000,- op. De man erkent dat hij voornoemd bedrag heeft opgenomen, echter hij voert aan dat het geld is gestort op de bankrekening genoemd onder bestanddeel e. en het saldo van deze rekening zal verrekend worden. De rechtbank is van oordeel dat de vrouw haar stelling dat partijen nog geld moeten verrekenen vanwege de verkoop van een appartement in Letland , tegen deze achtergrond onvoldoende heeft onderbouwd. Het verzoek van de vrouw genoemd onder 1. zal daarom worden afgewezen.
€ 7.250,- aan de man voldoen.
€ 10.000,-, althans een zodanige dwangsom als het hof in goede justitie juist acht;
5.De motivering van de beslissing
€ 554,- per maand, te bepalen dat de gebruiksvergoeding verschuldigd is vanaf de datum van echtscheiding tot het moment dat de vrouw de woning zal hebben verlaten.