Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 11 februari 2021 waarmee [appellante] in hoger beroep is gekomen van het (eind)vonnis van de rechtbank Rotterdam van 20 januari 2021 (hierna ook: het bestreden vonnis, of: het vonnis waarvan beroep);
- de memorie van grieven, tevens vermeerdering van eis, van [appellante], met bijlagen;
- de memorie van antwoord in principaal appel tevens memorie van grieven in incidenteel appel van Prefunko, met bijlagen;
- de bijlage (productie) nr. 66 die [appellante] ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd.
3.Feitelijke achtergrond
‘
OVEREENKOMST VAN ONDERAANNEMING
‘
Conclusies
‘1. Is op basis van de eerste sonderingen een juist funderingsadvies gegeven?
‘Vraag 1Is op basis van de eerste sonderingen een juist funderingsadvies gegeven?
‘Oorzaak der schade: In tegenstelling tot hetgeen de funderingsdeskundigen van Archikon (namens verzekerde) en G.J.M. Bouwadviseurs (namens de Gemeente) hadden verwacht, is de oorspronkelijke prefab betonnen paalfundering dusdanig onstabiel gebleken, dat de ongelijkmatige zetting van het werk zich bovenmatig heeft doorgezet. Achteraf gezien is de grond c.q. bodemopbouw plaatselijk slapper geweest dan tijdens de bodemonderzoeken was voorzien.
4.De procedure bij de rechtbank
5.De vorderingen in hoger beroep
6.De beoordeling in hoger beroep
toezicht op heiwerk;
nieuwe inzichten paalpuntdraagvermogen’ (p. 12/20).
- dat [Y] op 14 augustus 2013 twee sonderingen heeft gemaakt naar aanleiding van een vraag van een koper naar (de mogelijkheid van) een aanbouw bij de woning aan de [adres],
- dat (de deskundigen bij kennis van de (resultaten van) de sonderingen zouden hebben geadviseerd het werk tijdelijk ‘on hold’ te zetten en aanvullende sonderingen te doen, maar dat) Contek als ter zake kundige aan [Y] als haar oordeel had gegeven dat er geen aanleiding was om meer sonderingen te maken omdat de (meest afwijkende) nieuwe sondering 2 niet voor maatgevend gehouden diende te worden, en dat [Y] dit aan [appellante] heeft doorgecommuniceerd (per e-mailbericht van 19 augustus 2013), en
- dat daarom voor [appellante], die geen funderingsexpert is, geen enkele aanleiding bestond om nader onderzoek te laten doen.
- dat [appellante], voordat zij met de bouw van woningen begon, bekend was met de lage kalenders tijdens het heiwerk voor de fundering en de afwijkende resultaten van de medio augustus 2013 uitgevoerde sonderingen,
- dat deze kennis [appellante] ertoe had moeten bewegen om vóór aanvang van de woningbouw nader onderzoek te (laten) verrichten naar het draagvermogen van de paalfundering, bijvoorbeeld door het (laten) uitvoeren van aanvullende sonderingen en/of een proefbelasting,
- dat dit nadere onderzoek zou hebben uitgewezen dat de paalfundering onvoldoende draagvermogen voor de te bouwen woningen had, en
- dat met deze wetenschap de in november 2013 geconstateerde verzakkingen van de woningen en de daarmee samenhangende schade zo goed als volledig hadden kunnen worden voorkomen of beperkt.
7.De beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 20 januari 2021;
- veroordeelt [appellante] als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het geding in het principaal hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Prefunko begroot op € 5.610,-- aan verschotten (griffierecht), € 12.434,-- aan salaris voor de advocaat en op € 178,-- aan nasalaris voor de advocaat, nog te verhogen met € 92,-- indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;
- verklaart dit arrest ten aanzien van deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af het meer of anders gevorderde.