ECLI:NL:GHDHA:2024:1110
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep alimentatie minderjarige kinderen met vaststelling draagkracht vader
In deze zaak heeft het gerechtshof Den Haag het hoger beroep behandeld betreffende de vaststelling van kinderalimentatie voor twee minderjarige kinderen. De moeder had een verzoek ingediend tot vaststelling van kinderalimentatie, waarbij de vader werd verweten zijn financiële verplichtingen te ontlopen door het niet overleggen van benodigde financiële stukken en het niet indienen van belastingaangiften.
Het hof overwoog dat de vader sinds april 2023 een bijstandsuitkering ontvangt, wat in principe zou betekenen dat hij geen draagkracht heeft. Echter, gezien de aanzienlijke overwaarde op zijn woning en een vermogen van minstens €400.000 door verkoop van percelen, en het feit dat de vader geen financiële stukken heeft overlegd, ging het hof ervan uit dat hij wel draagkracht heeft. Dit risico komt voor rekening van de vader.
De behoefte van de minderjarige kinderen werd vastgesteld op €510 per maand per kind, rekening houdend met het netto gezinsinkomen en wettelijke indexering. Het hof stelde de ingangsdatum van de alimentatie op 30 december 2020, de datum van het verzoekschrift van de moeder. Uiteindelijk vernietigde het hof de eerdere beschikking en legde de vader een maandelijkse bijdrage van €451,50 per kind op, bij vooruitbetaling en uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vader is verplicht vanaf 30 december 2020 een bijdrage van €451,50 per kind per maand te betalen als kinderalimentatie.