ECLI:NL:GHDHA:2024:1139
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging omgangsregeling met lijfsdwang ter bevordering contact vader en minderjarige
In deze civiele zaak bevestigt het Gerechtshof Den Haag de omgangsregeling tussen de vader en zijn zesjarige kind, waarbij de moeder niet meewerkt aan het contact ondanks hulpverlening en een ondertoezichtstelling. De omgangsregeling wordt uitvoerbaar bij lijfsdwang verklaard als ultimum remedium om het contact te herstellen.
De moeder ondergaat een traumabehandeling vanwege PTSS, maar heeft geen medische stukken overlegd die aantonen dat zij de omgang niet kan dragen. De gecertificeerde instelling begeleidt het proces en benadrukt het belang van contact tussen vader en kind voor de gezonde ontwikkeling van het kind.
Het hof oordeelt dat het recht van de minderjarige op omgang met zijn vader niet mag worden ontzegd en dat de moeder bewust de omgang frustreert. Lijfsdwang wordt als proportioneel en noodzakelijk gezien om onomkeerbare schade aan de hechtingsrelatie te voorkomen.
De verzoeken van de moeder om de omgang te weigeren of uit te stellen worden afgewezen. Het hof wijst ook het verzoek van de vader om een raadsonderzoek af, omdat het hof voldoende geïnformeerd is. De omgangsregeling gaat in op 5 juni 2024.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de omgangsregeling met ingang van 5 juni 2024 en verklaart deze uitvoerbaar bij lijfsdwang.