ECLI:NL:GHDHA:2024:1147
Gerechtshof Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing voorlopige hechtenis ondanks personeelstekort in penitentiaire inrichting
Op 18 maart 2024 diende een verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte bij het gerechtshof Den Haag. Dit verzoek werd behandeld in de raadkamer op 18 april 2024, waarbij de verdachte, zijn advocaat en de advocaat-generaal werden gehoord.
De verdachte beriep zich op persoonlijke belangen, waaronder het personeelstekort in de penitentiaire inrichting dat het re-integratietraject belemmert en het uitstellen van noodzakelijke EMDR-therapie voor hem en zijn vrouw. Tevens werd een beroep gedaan op artikel 5 EVRM Pro.
Het hof overwoog dat het personeelstekort een algemeen probleem is dat alle gedetineerden treft en geen grond vormt voor schorsing. Het eerdere oordeel over de EMDR-therapie bleef ongewijzigd omdat geen nieuwe omstandigheden waren aangevoerd. Verder is artikel 5 EVRM Pro niet van toepassing na een veroordelend vonnis.
Daarom werd het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis afgewezen, waarbij het belang van de strafvordering en de veroordeling tot 54 maanden gevangenisstraf zwaarwegend werden meegewogen.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen.