Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 22 maart 2023, waarmee [apellante] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 22 december 2022 onder aanvoering van negen grieven;
- de memorie van antwoord van [verweerster] , met bijlage;
- de brief van de zijde van [apellante] van 19 januari 2024 met bijlagen A tot en met F.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
- [apellante] veroordeeld in de kosten van de procedure. welke kosten tot op de datum van het bestreden vonnis zijn vastgesteld op een bedrag ad € 1.367.22, waarin begrepen een bedrag ad € 746,- voor salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf de veertiende dag na de datum van het vonnis tot de dag der algehele voldoening. onverminderd de over de verschotten verschuldigde btw:
- het meer of anders gevorderde afgewezen;
- de vorderingen afgewezen;
- [apellante] veroordeeld in de kosten van de procedure, welke kosten tot op de datum van het betreden vonnis zijn vastgesteld op een bedrag van € 498,- voor salaris gemachtigde.
5.Vorderingen in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
7.Beslissing
- bekrachtigt het bestreden vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 22 december 2022;
- veroordeelt [apellante] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [verweerster] tot aan deze uitspraak bepaald op € 2.135,- aan griffierecht en € 2.428,- aan salaris advocaat;