Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 16 januari 2024
[X B.V.], thans: [X-1 B.V.] te [Z] , belanghebbende,
Gerechtshof Den Haag
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft het Gerechtshof Den Haag het hoger beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig is betaald. De belanghebbende, vertegenwoordigd door [Y], had tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag hoger beroep ingesteld, maar heeft nagelaten het griffierecht van € 548,00 te voldoen.
De griffierechtnota en een betalingsherinnering zijn tijdig en aangetekend verzonden naar het adres van belanghebbende. Uit de administratie en bevestiging van ontvangst blijkt dat de herinnering is ontvangen, maar betaling is uitgebleven. Er zijn geen omstandigheden gesteld of gebleken die het verzuim rechtvaardigen.
De mondelinge behandeling vond plaats op 5 december 2023, waarbij belanghebbende aanwezig was en de Heffingsambtenaar niet. Na ontvangst van nadere stukken heeft het Hof het onderzoek gesloten zonder aanleiding tot heropening. Er is geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn.
Het Hof oordeelt dat het niet betalen van het griffierecht leidt tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep op grond van de Algemene wet bestuursrecht. De stelling van belanghebbende dat het griffierecht wel betaald zou zijn, is onvoldoende om het verzuim te doorbreken. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.