ECLI:NL:GHDHA:2024:1482
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over schadevergoeding wegens termijnoverschrijding bij verplichte zorgmachtiging
Verzoekster was verplicht opgenomen op grond van een zorgmachtiging die door de rechtbank was verleend. De rechtbank nam echter acht dagen te laat een beslissing over een aansluitende zorgmachtiging, waardoor verzoekster langer dan noodzakelijk haar vrijheid werd ontnomen en in onzekerheid verkeerde over de duur van haar opname.
De rechtbank kende een schadevergoeding toe van €10 per dag, wat verzoekster te laag vond en zij stelde een bedrag van €20.000,- inclusief kosten rechtsbijstand voor. Het hof oordeelde dat de termijnoverschrijding inderdaad had plaatsgevonden en dat de schadevergoeding van de rechtbank te laag was.
Het hof stelde de billijke vergoeding vast op €80 per dag, wat leidt tot een totaal van €640,-. Het verzoek tot vergoeding van rechtsbijstandskosten werd afgewezen omdat verzoekster procedeerde op basis van een toevoeging zonder eigen bijdrage en zij geen nadere onderbouwing had gegeven.
De bestreden beschikking werd vernietigd voor zover het de schadevergoeding betreft en het hof veroordeelde de Staat tot betaling van €640,- aan verzoekster. Alle overige verzoeken werden afgewezen.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €640,- schadevergoeding wegens termijnoverschrijding bij verplichte zorgmachtiging, terwijl het verzoek tot vergoeding van rechtsbijstandskosten wordt afgewezen.