Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
naam: [achternaam]
[voornaam]
JA, ik ga akkoord met deze strafbeschikking
NEE, ik ga niet akkoord met deze strafbeschikking
Gerechtshof Den Haag
De verdachte kreeg op 3 maart 2022 een strafbeschikking opgelegd voor rijden onder invloed, met een geldboete van € 850,00. Deze boete is door de verdachte voldaan, waarmee de strafbeschikking definitief werd. Later werd namens de verdachte verzet ingesteld tegen deze strafbeschikking.
Volgens artikel 257e lid 1 Sv kan verzet niet worden ingesteld indien de verdachte vrijwillig aan de strafbeschikking heeft voldaan. Het hof stelt vast dat de verdachte door betaling afstand heeft gedaan van het recht om verzet in te stellen. De tekst en toelichting bij de strafbeschikking maakten dit duidelijk.
Het feit dat de verdachte zich achteraf realiseerde dat het beter was geweest de boete niet te betalen vanwege mogelijke gevolgen voor het verkrijgen van een verklaring van Nederlanderschap, verandert hier niets aan. Het hof oordeelt dat de overheid niet verplicht is om in de toelichting op de strafbeschikking in te gaan op de persoonlijke situatie van de verdachte.
Daarom verklaart het hof het verzet onbevoegd en niet-ontvankelijk, en vernietigt het het vonnis waarvan beroep om opnieuw recht te doen.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het verzet tegen de strafbeschikking wegens vrijwillige voldoening van de boete.