Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 17 januari 2024
[X] te [Z] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Papendrecht, de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Hoorplicht
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende, eigenaar van een vrijstaande woning, stelde bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €595.000 voor het jaar 2020. De heffingsambtenaar van de gemeente Papendrecht had de waarde gebaseerd op een taxatierapport en vergelijkingsobjecten. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond vanwege het niet toestaan van een hoorzitting, vernietigde de uitspraak op bezwaar, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens werd een schadevergoeding toegekend voor overschrijding van de redelijke termijn.
In hoger beroep betoogde belanghebbende dat de waarde te hoog was vastgesteld en dat de grondwaarde onvoldoende inzichtelijk was gemaakt, onder meer wegens het ontbreken van een grondstaffel. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar de waarde voldoende aannemelijk had gemaakt met een gedetailleerde matrix en onderbouwing van de grondquote. De verschillen tussen vergelijkingsobjecten en de woning waren adequaat verwerkt via VOL-correcties.
Het hof verwierp de stellingen van belanghebbende over onvoldoende inzicht in deelwaarden van de opstal en indexering van verkoopcijfers. Ook het betoog over inconsistentie in waardering van garages faalde. De waarde van €595.000 werd niet te hoog bevonden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de WOZ-waarde van €595.000 niet te hoog is vastgesteld en verklaart het hoger beroep ongegrond.