Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2024:1543

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
2 september 2024
Publicatiedatum
4 september 2024
Zaaknummer
200.344.708/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 SvArt. 512 SvArt. 515 lid 4 SvArtikel 4 lid 2 Wrakingsprotocol Gerechtshof Den Haag
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek en wrakingsverbod opgelegd wegens misbruik van wrakingsmiddel

Verzoekster heeft meerdere wrakingsverzoeken ingediend tegen leden van de beklagkamer en wrakingskamer van het Gerechtshof Den Haag in een strafrechtelijke procedure. Deze verzoeken werden telkens niet-ontvankelijk verklaard omdat ze te laat werden ingediend of niet aan de wettelijke vereisten voldeden.

Het laatste wrakingsverzoek, gericht tegen de leden van de wrakingskamer die op 25 juli 2024 een beslissing namen, werd op 26 juli 2024 ingediend, dus na de beslissing. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om wraking te verzoeken na het nemen van een eindbeslissing, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard.

Daarnaast heeft het hof vanwege de veelheid en inhoud van de wrakingsverzoeken geoordeeld dat sprake is van misbruik van het wrakingsmiddel. Daarom is bepaald dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekster in deze zaak niet in behandeling wordt genomen.

De beslissing is genomen door de meervoudige wrakingskamer van het Gerechtshof Den Haag op 2 september 2024 en aan verzoekster, de betrokken raadsheren en de advocaat-generaal toegezonden.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen wegens misbruik van het wrakingsmiddel.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Zaaknummer : 200.344.708/01
Parketnummer hoofdzaak : 200.343.254/02
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken van 2 september 2024
inzake het op 26 juli 2024 schriftelijk ingediende verzoek tot wraking, gedaan door:

[verzoekster],

hierna te noemen: verzoekster.

Het geding

1. Op 17 april 2024 heeft de griffie van de afdeling strafrecht een klaagschrift ex artikel 12 Wetboek Pro van Strafvordering (Sv) van verzoekster ontvangen. Door het hof is aan de advocaat-generaal gevraagd om in die zaak een schriftelijk advies uit te brengen aan het hof.
2. Op 29 april 2024 heeft verzoekster een e-mail verzonden aan de wrakingskamer van het hof waarin zij ‘Alle leden die de beklagkamer van de afdeling strafrecht vormen’, wraakt. Op 1 mei 2024 heeft verzoekster een verzoek tot wraking van de wrakingskamer ingediend. Zij heeft in een latere e-mail dit verzoek aangevuld.
3. Bij beslissing van
10 mei 2024heeft de wrakingskamer verzoekster niet-ontvankelijk
verklaard in haar verzoek tot wraking van alle leden van de beklagkamer van het
Gerechtshof Den Haag en het verzoek tot wraking van de wrakingskamer afgewezen. De
beslissing op deze twee wrakingsverzoeken (beslissing I) is bekend onder nummer
200.340.937/01.
4. Op 2 juli 2024 heeft verzoekster opnieuw een e-mail verzonden aan de wrakingskamer van
het hof waarin zij ‘De art. 12 Sv Pro beklagkamer in K24/220141’, wraakt. Zij heeft in latere e-mails dit verzoek aangevuld.
5. Op
16 juli 2024heeft de wrakingskamer verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in dit
verzoek tot wraking van de art. 12 Sv Pro beklagkamer. Deze beslissing (II) is bekend onder
nummer 200.343.254/01.
6. Op 17 juli 2024 heeft verzoekster weer een e-mail verzonden aan de wrakingskamer van
het hof waarin zij de raadsheren W.J. van Boven, E.C. van Veen en J.W. Frieling,
wraakt. Dit betreffen de voorzitter en de leden van de wrakingskamer die de beslissing
op 16 juli 2024 (beslissing II) hebben genomen. Verzoekster heeft in e-mails van 18 juli
2024 en 19 juli 2024 dit verzoek aangevuld.
7. Op
25 juli 2024heeft de wrakingskamer verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot wraking van de raadsheren W.J. van Boven, E.C. van Veen en J.W. Frieling. Deze beslissing (beslissing III) is bekend onder nummer 200.343.254/02.
8. Op 26 juli 2024 heeft verzoekster nogmaals een e-mail verzonden aan de wrakingskamer van het hof waarin zij, zo begrijpt het hof, de leden van de wrakingskamer en specifiek raadsheer M.A.F. Tan-de Sonnaville wraakt. Verzoekster heeft haar verzoek tot wraking herhaald in haar e-mail van 30 juli 2024.
9. Op 13 augustus 2024 heeft verzoekster naar de wrakingskamer gemaild dat het hof wordt bedankt en dat de procedure met kenmerk K24-220141 wordt ingetrokken.

Beoordeling van de ontvankelijkheid

10. Op grond van artikel 512 Sv Pro kan op verzoek van de verdachte (of klager in geval van een artikel 12 Sv Pro procedure) elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.
11. Het huidige wrakingsverzoek is gericht tegen de leden van de wrakingskamer die op 25 juli 2024 beslissing III hebben genomen. Verzoekster heeft dit verzoek dus ingediend nadat de wrakingsbeslissing was genomen, namelijk op 26 juli 2024.
12. Aangezien de wet niet voorziet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van de (wrakings)zaak is geëindigd door het nemen van een eindbeslissing, wraking te verzoeken van de rechters die deze beslissing hebben genomen, is verzoekster om die reden niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek.
13. Artikel 4, lid 2 aanhef en sub c van het Wrakingsprotocol gerechtshof Den Haag bepaalt dat de wrakingskamer de mogelijkheid heeft om kennelijk niet-ontvankelijke wrakingsverzoeken zonder mondelinge behandeling af te doen indien het verzoek is ingediend na het tijdstip waarop in de hoofdzaak einduitspraak is gedaan. Nu aanstonds duidelijk is dat verzoekster niet-ontvankelijk is in haar wrakingsverzoek, zal worden afgezien van een mondelinge behandeling van het verzoek.
14. Gelet op de aard van het wrakingsverzoek, de veelheid van de verzoeken om wraking die in het kader van deze procedure reeds zijn gedaan en hun inhoud, ziet de wrakingskamer voorts aanleiding om toepassing te geven aan artikel 515, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering wegens misbruik van het middel wraking. De wrakingskamer zal daarom bepalen dat een volgend verzoek om wraking niet in behandeling wordt genomen.

Beslissing

Het hof:
  • verklaart verzoekster
  • bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekster in deze zaak niet in behandeling wordt genomen;
  • bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan verzoekster, de raadsheren van wie wraking is verzocht en de advocaat-generaal.
Deze beslissing is gegeven op 2 september 2024 door mrs. M.E. Honée,
Chr.Th.P.M. Zandhuis en J. Candido, in aanwezigheid van de griffier mr. T.A. van den Berg.