ECLI:NL:GHDHA:2024:1566
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A. de Lange
- J.A.M.J. Janssen-Timmermans
- M.S. Lamboo
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens niet-betekeningsvereiste hoger beroep
In deze strafzaak heeft de rechtbank Rotterdam de verdachte bij verstek vrijgesproken omdat hij niet was verschenen op de zitting van 16 november 2023. De officier van justitie stelde hiertegen hoger beroep in op 13 december 2023. Tijdens de zitting van het gerechtshof op 5 juli 2024 was de verdachte wederom niet aanwezig.
Het hof constateerde dat niet was voldaan aan de vereisten van artikel 409, lid 4, van het Wetboek van Strafvordering, dat voorschrijft dat het hoger beroep van het openbaar ministerie aan de verdachte betekend moet worden. Omdat deze betekening ontbrak, kon het hoger beroep niet in behandeling worden genomen.
Daarom verklaarde het hof de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit arrest werd uitgesproken door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Den Haag op 5 juli 2024.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet voldoen aan de betekeningseisen.