Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2024:1566

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
5 juli 2024
Publicatiedatum
9 september 2024
Zaaknummer
22-003796-23
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 409 lid 4 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens niet-betekeningsvereiste hoger beroep

In deze strafzaak heeft de rechtbank Rotterdam de verdachte bij verstek vrijgesproken omdat hij niet was verschenen op de zitting van 16 november 2023. De officier van justitie stelde hiertegen hoger beroep in op 13 december 2023. Tijdens de zitting van het gerechtshof op 5 juli 2024 was de verdachte wederom niet aanwezig.

Het hof constateerde dat niet was voldaan aan de vereisten van artikel 409, lid 4, van het Wetboek van Strafvordering, dat voorschrijft dat het hoger beroep van het openbaar ministerie aan de verdachte betekend moet worden. Omdat deze betekening ontbrak, kon het hoger beroep niet in behandeling worden genomen.

Daarom verklaarde het hof de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit arrest werd uitgesproken door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Den Haag op 5 juli 2024.

Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet voldoen aan de betekeningseisen.

Uitspraak

Rolnummer: 22-003796-23
Parketnummer: 10-272008-22
Datum uitspraak: 5 juli 2024

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 30 november 2023 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op 26 januari 1987,
zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.
Ontvankelijkheid van de officier van justitie in het hoger beroep
De verdachte is in eerste aanleg opgeroepen om op
16 november 2023 te verschijnen ter terechtzitting van de rechtbank Rotterdam. De oproeping voor die zitting is op 3 november 2023 uitgereikt aan het openbaar ministerie en is op dezelfde dag verzonden naar het BRP-adres van de verdachte.
De verdachte is ter terechtzitting in eerste aanleg van
16 november 2023 niet verschenen.
De verdachte is vervolgens op 30 november 2023 bij verstek door de rechtbank Rotterdam vrijgesproken van het hem tenlastegelegde.
Op 13 december 2023 heeft de officier van justitie hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis.
De verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep van
5 juli 2024 niet verschenen.
Uit het dossier blijkt niet dat is voldaan aan de eisen van artikel 409, lid 4, van het Wetboek van Strafvordering betreffende de betekening van het hoger beroep van het openbaar ministerie aan de verdachte.
Nu de inzending van de stukken van het geding ten onrechte heeft plaatsgevonden wordt daaraan, conform het bepaalde in genoemd artikel geen gevolg gegeven.
Derhalve is het hof van oordeel dat de officier van justitie tot het moment waarop wel aan die eisen is voldaan niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. A. de Lange, mr. J.A.M.J. Janssen-Timmermans en mr. M.S. Lamboo, in bijzijn van de griffier A. van der Schalk.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 5 juli 2024.