ECLI:NL:GHDHA:2024:1569
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verblijf en deelname aan IS in Syrië en Irak
De verdachte werd verweten dat zij in 2015 was uitgereisd naar het kalifaat in Syrië en/of Irak en daar deel zou hebben uitgemaakt van de terroristische organisatie IS, met betrokkenheid bij voorbereidings- en bevorderingshandelingen van terroristische misdrijven. In eerste aanleg werd zij deels vrijgesproken en deels veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk.
In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en de verdachte vrijgesproken. Het hof oordeelde dat niet buiten redelijke twijfel vaststaat dat de verdachte daadwerkelijk in Syrië en/of Irak verbleef om zich te vestigen in het door IS gestichte kalifaat. Hoewel de verdachte radicaal extremistisch gedachtegoed aanhing en er aanwijzingen waren van fascinatie voor IS, ontbraken overtuigende en objectieve bewijsmiddelen die haar aanwezigheid in het strijdgebied bevestigen.
De verklaringen van een taxichauffeur waren onduidelijk en wisselend, en het gebruik van proxy IP-adressen maakte het onmogelijk om via Facebook-accounts de locatie van de verdachte te bepalen. Daarnaast toonde het hof terughoudendheid vanwege de persoonlijkheidsproblematiek van de verdachte, die een flexibele omgang met de waarheid vertoonde. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de verdachte de tenlastegelegde terroristische feiten heeft gepleegd.
Het hof overwoog dat zelfs als de verdachte daadwerkelijk naar het IS-gebied was gereisd, dit niet automatisch tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten zou leiden. Daarom werd de verdachte vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten, waaronder deelname aan terroristische organisatie, voorbereidingshandelingen en het bezit van wapens met terroristisch oogmerk.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van verblijf en deelname aan IS in Syrië en Irak.