ECLI:NL:GHDHA:2024:1581
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vernietiging van rechtbankbesluit en toewijzing gezamenlijk gezag aan vader en moeder over minderjarige
De vader heeft in eerste aanleg verzocht om gerechtelijke vaststelling van zijn vaderschap, vervangende toestemming tot erkenning, gezamenlijk gezag en een omgangsregeling over de minderjarige. De rechtbank heeft het verzoek tot gezamenlijk gezag afgewezen. De vader is hiertegen in hoger beroep gekomen en heeft zijn verzoek gewijzigd in een primair verzoek tot eenhoofdig gezag en subsidiair tot gezamenlijk gezag.
Het hof oordeelt dat het primaire verzoek tot eenhoofdig gezag niet kan worden toegewezen wegens strijd met de goede procesorde, omdat deze eisvermeerdering in hoger beroep een fundamentele wijziging betreft die in eerste aanleg niet aan de orde was. Het hof beoordeelt het subsidiaire verzoek tot gezamenlijk gezag en stelt vast dat ondanks de verstoorde communicatie tussen ouders onvoldoende gronden bestaan om gezamenlijk gezag af te wijzen.
Het hof acht gezamenlijk gezag in het belang van de minderjarige, mede gelet op het positieve advies van de gecertificeerde instelling en de noodzaak voor de vader om een gelijkwaardige rol te vervullen in het leven van het kind. Het hof vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover het gezamenlijk gezag betreft en belast de vader samen met de moeder met het gezag over de minderjarige.
Uitkomst: Het hof vernietigt het besluit van de rechtbank en belast de vader samen met de moeder met het gezag over de minderjarige.