Appellant is in 2019 failliet verklaard waarna een schuldsaneringsregeling werd opgelegd. De rechtbank verlengde in maart 2024 de looptijd van deze regeling met zes maanden vanwege toerekenbare tekortkomingen in de nakoming van verplichtingen, met name het niet tijdig aanleveren van benodigde stukken voor bezwaar tegen ambtshalve belastingaanslagen.
Appellant stelde in hoger beroep dat er geen sprake was van een bezwaarsituatie en dat de verlenging onterecht was. Het hof oordeelde echter dat appellant ondanks toezeggingen niet adequaat heeft meegewerkt aan het aanleveren van documenten die nodig zijn voor het corrigeren van de ambtshalve aanslagen, wat een tekortkoming vormt die verlenging rechtvaardigt.
Het hof benadrukte dat de verlenging van de regeling bedoeld is om appellant in staat te stellen alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen en dat het niet nakomen van de informatieplicht een geldige grond is voor verlenging. De rechtbank had ten onrechte overwogen dat er geen bezwaarsituatie was, maar dit doet niet af aan het feit dat appellant tekort is geschoten.
De rechtbank had bij de omzetting van het faillissement naar de schuldsaneringsregeling al moeten toetsen of de schulden te goeder trouw waren ontstaan, maar dit was destijds niet aan de orde. Het hof bekrachtigt daarom het vonnis van de rechtbank en verlengt de regeling tot 5 oktober 2024.
Appellant krijgt geen schone lei toegekend omdat hij niet aan zijn informatieplicht heeft voldaan, ondanks zijn gezondheidsproblemen en inspanningen.