De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 4 maanden gevangenisstraf en een maatregel tot beperking van vrijheid voor 3 jaar wegens het wederrechtelijk verblijven op het besloten terrein van een containerterminal in de haven van Rotterdam. In hoger beroep bevestigt het hof de bewezenverklaring, maar wijzigt de strafoplegging.
Het hof baseert zich op eerdere arresten en thema-zittingen waarin uitgangspunten voor straftoemeting bij overtreding van artikel 138aa Sr zijn vastgesteld. Voor first offenders zoals de verdachte wordt een taakstraf van 90 uur gecombineerd met een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden als passend geacht. Gezien het feit dat de verdachte in het buitenland woont en de taakstraf daardoor moeilijk uitvoerbaar kan zijn, wordt de taakstraf beperkt tot 60 uur en wordt de voorwaardelijke gevangenisstraf verlengd tot 10 weken.
De verdachte werd samen met vijf anderen aangetroffen op het besloten terrein zonder toestemming, wat strafbaar is gesteld in artikel 138aa Sr. Het hof benadrukt het belang van voorspelbaarheid en rechtszekerheid in straftoemeting en volgt de door het Openbaar Ministerie gepubliceerde richtlijn voor strafvordering 138aa Sr. De opgelegde straf en taakstraf zijn bedoeld om speciale en generale preventie te dienen.
Het hof vernietigt het vonnis van de politierechter en legt een voorwaardelijke gevangenisstraf van 10 weken met een proeftijd van 2 jaar op, gecombineerd met een taakstraf van 60 uur, waarbij voorarrest in mindering wordt gebracht. De verdachte wordt vrijgesproken van wat niet bewezen is verklaard.