ECLI:NL:GHDHA:2024:2013
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens verjaring bedreiging uit 2013
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Rotterdam is de verdachte beschuldigd van bedreiging van twee personen in december 2013. De politierechter veroordeelde de verdachte bij verstek tot een geldboete van €500,- of 10 dagen hechtenis.
De advocaat-generaal vorderde niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie wegens overschrijding van de redelijke termijn, een standpunt dat door de verdediging werd ondersteund. Het hof constateerde dat na de veroordeling in juni 2015 geen daad van vervolging meer heeft plaatsgevonden tot april 2024, toen de verdachte op de hoogte werd gesteld van het vonnis.
Gezien de wettelijke verjaringstermijn van zes jaren voor het ten laste gelegde misdrijf (bedreiging met een gevangenisstraf van maximaal drie jaar) en het feit dat deze termijn is verstreken zonder stuiting, verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door de niet-ontvankelijkheid uit te spreken.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring van de strafvordering.