Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
hebbenverdachte
en/of zijn mededadertoen aldaar opzettelijk (in of nabij een bouwkeet) een of meer voorwerpen en/of brandbare/ontvlambare (vloei)stoffen aangestoken,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens opzettelijke brandstichting op een bouwlocatie te Rotterdam op of omstreeks 30 juni 2019. De rechtbank had verdachte vrijgesproken omdat niet met gerede twijfel kon worden vastgesteld of verdachte of diens medeverdachte de kleine brandjes had gesticht, noch was er voldoende bewijs voor medeplegen.
De officier van justitie stelde hoger beroep in en vorderde een gevangenisstraf van 21 maanden. Het hof heeft de zaak opnieuw onderzocht en concludeert dat, hoewel het waarschijnlijk is dat de grote brand verband houdt met het stichten en niet goed blussen van de kleine brandjes, dit niet onomstotelijk vaststaat. Daarmee blijft het bewijs onvoldoende om verdachte te veroordelen.
De verdediging had een voorwaardelijk verzoek gedaan tot nader onderzoek naar een geluidsnotificatie op een filmpje, maar dit behoeft geen bespreking meer nu verdachte vrijgesproken blijft. Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank en spreekt de verdachte vrij van de tenlastegelegde opzettelijke brandstichting.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van opzettelijke brandstichting wegens onvoldoende bewijs.