In deze zaak gaat het om een hoger beroep van appellante tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag waarin haar verzoek op grond van het Nederlandse erfrecht werd afgewezen. De erflater, woonachtig in België, had in zijn testament een rechtskeuze gemaakt voor Nederlands recht, maar de nalatenschap is in België afgewikkeld.
Het hof heeft de toepasselijkheid van de Europese Erfrechtverordening (EU) nr. 650/2012 onderzocht, die bepaalt dat de rechter van de lidstaat waar de erflater zijn gewone verblijfplaats had ten tijde van overlijden bevoegd is. Hoewel erflater Nederlands recht koos voor de afwikkeling, kan hij niet het bevoegde forum bepalen in zijn testament.
Het hof oordeelt dat de Belgische rechter bevoegd is omdat de nalatenschap daar is afgewikkeld, de erflater daar woonde en de boedelbeschrijving door een Belgische notaris is gemaakt. Er is geen schriftelijke forumkeuze tussen partijen overeengekomen. Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en appellante wordt veroordeeld in de proceskosten.