ECLI:NL:GHDHA:2024:2306
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen voorlopige hechtenis wegens ernstige bezwaren
De rechtbank Rotterdam heeft op 14 november 2024 de voorlopige hechtenis van verdachte voor 90 dagen bevolen. Tegen deze beslissing is op 15 november 2024 hoger beroep ingesteld door verdachte. Het hof Den Haag heeft dit hoger beroep op 5 december 2024 behandeld in raadkamer.
Hoewel verdachte en zijn raadsvrouw niet bij de raadkamer verschenen, heeft de raadsvrouw een pleitnota ingediend. Het hof oordeelt dat er in dit geval wel belang is bij het hoger beroep, omdat de rechtbank de pleitnota ten onrechte bij haar beslissing heeft betrokken. Hierdoor wordt het hoger beroep ontvankelijk verklaard.
Namens verdachte is aangevoerd dat de voorlopige hechtenis ten onrechte is bevolen wegens het ontbreken van ernstige bezwaren en een wettelijke grondslag. Het hof stelt echter vast dat er wel ernstige bezwaren zijn, gebaseerd op aangifte, camerabeelden en een tas met geld in de auto. Het hof sluit zich aan bij de gronden van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de voorlopige hechtenis van verdachte voor 90 dagen.