ECLI:NL:GHDHA:2024:2319
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak rechtbank inzake aanslag inkomstenbelasting en dwangsom afgewezen
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2019, waarbij negatieve winst uit onderneming en giften niet werden geaccepteerd. De Inspecteur stelde de aanslag vast en wees het bezwaar af. Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank wegens niet tijdig beslissen, dat niet-ontvankelijk werd verklaard omdat de Inspecteur alsnog tijdig besliste.
De rechtbank oordeelde dat het hoorrecht niet was geschonden ondanks communicatieproblemen met de gemachtigde van belanghebbende. Tevens werd vastgesteld dat de dwangsom van € 427 correct was toegekend en dat er geen grond was voor een hogere dwangsom.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de zaak terug moest worden verwezen wegens vermeende schendingen, maar het hof vond geen grond voor terugwijzing. Het hof bevestigde dat het hoorrecht niet was geschonden, dat de dwangsom juist was vastgesteld en dat het beroep ongegrond was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.