Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak en de beschikking in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
.Ingevolge artikel 1818 lid 5 CCCV Pro dient het ouderlijk gezag te worden uitgeoefend “in onderlinge overeenkomst tussen de ouders”, naar het hof begrijpt: met overeenstemming tussen de ouders. Bij gebreke van overeenstemming in kwesties van zwaarwegend belang, met name bij (onder andere) de verhuizing van de minderjarige naar een andere geografische regio, kunnen de ouders ingevolge artikel 1818 lid 6 CCCV Pro naar de rechtbank om tot verzoening te komen. Bovendien mag ingevolge lid 8 van artikel 1818 CCCV Pro geen goedkeuring van de andere ouder worden verondersteld, indien het gaat om een handeling ter uitoefening van het ouderlijk gezag waarvoor de wet uitdrukkelijk de toestemming van beide ouders eist of om een handeling van zwaarwegend belang.
uitoefeningvan het ouderlijk gezag na echtscheiding wordt ingevolge artikel 1843 lid 1 CCCV Pro geregeld middels een – door de rechtbank te bekrachtigen – overeenkomst tussen de ouders of, indien die er niet is, door de bevoegde rechtbank. Het derde lid van artikel 1843 CCCV Pro omschrijft wat het regelen van de uitoefening van het ouderlijk gezag omvat.
alleonder het ouderlijk gezag vallende rechten en verplichtingen – inclusief het bepalen van de woonplaats van [de minderjarige] – bij de moeder te beleggen.