ECLI:NL:GHDHA:2024:2348
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep gezags- en contactregeling minderjarige kinderen na verstoorde communicatie ouders
In deze zaak stond het gezamenlijk gezag over de minderjarige kinderen centraal. De rechtbank had het gezamenlijk gezag toegewezen aan beide ouders, maar het hof oordeelde dat de vader zich onbereikbaar hield en niet deelnam aan het ouderschapsbemiddelingstraject, waardoor gezamenlijk gezag niet uitvoerbaar bleek en tot problemen leidde. Daarom vernietigde het hof het gezamenlijk gezag en wees het verzoek van de vader af.
De contactregeling werd bekrachtigd, aangezien het belang van het kind bij contact met beide ouders voorop staat en er geen ontzeggingsgronden waren. Hoewel de minderjarige aangaf geen vaste contactregeling te willen, bleek hij zijn vader te missen. De vader werd aangespoord om contact te zoeken.
De vakanties en feestdagenregeling werd eveneens bekrachtigd zoals vastgesteld door de rechtbank, zonder nadere concretisering, omdat de vader de kinderen momenteel niet ziet en de reden daarvoor bij hem ligt.
Ten aanzien van de kinderalimentatie handhaafde het hof de eerdere beschikking met een bijdrage van € 225 per maand per kind vanaf 27 mei 2022. De moeder had onvoldoende onderbouwd dat het inkomen van de vader hoger was dan vastgesteld, en het hof nam aan dat de moeder enige verdiencapaciteit heeft naast haar WAO-uitkering.
Het hof besloot de bestreden beschikking te vernietigen voor het gezamenlijk gezag en het verzoek van de vader af te wijzen, terwijl de overige onderdelen van de beschikking werden bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof vernietigt het gezamenlijk gezag en wijst het verzoek van de vader af, bekrachtigt de contactregeling, vakanties en kinderalimentatie.