ECLI:NL:GHDHA:2024:2354
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek vervangende toestemming inschrijving minderjarige op basisschool
De moeder en vader zijn gezamenlijk gezagdragers over hun minderjarige kind, geboren in 2020. De moeder verzoekt vervangende toestemming om de minderjarige definitief in te schrijven op een basisschool in plaats 1, waar het kind sinds begin 2024 tijdelijk naar school gaat. De rechtbank wees dit verzoek af en verleende de vader toestemming voor inschrijving op een andere school in plaats 2.
De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing. De vader verzet zich tegen het verzoek van de moeder en betwist onder meer de noodzaak van wijziging van de zorgregeling en de stelling van huiselijk geweld. Tijdens de procedure heeft het hof tevens vastgesteld dat de moeder vervangende toestemming heeft gekregen om met de minderjarige naar plaats 1 te verhuizen.
Het hof oordeelt dat het in het belang van de minderjarige is om op de huidige school in plaats 1 te blijven, waar het kind zich goed ontwikkelt en een band heeft met de stiefbroertjes en -zusjes. De eerdere woonplaats en schoolkeuze in plaats 2 zijn onvoldoende reden om het verzoek af te wijzen. Het hof benadrukt het belang van rust en duidelijkheid voor de minderjarige en moedigt partijen aan afspraken te maken over de zorgregeling, met name over het brengen en halen van het kind naar school.
Het hof vernietigt de bestreden beschikking en verleent de moeder vervangende toestemming voor inschrijving op de basisschool in plaats 1, verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: Het hof verleent de moeder vervangende toestemming om de minderjarige definitief in te schrijven op de basisschool in plaats 1 en vernietigt de bestreden beschikking.