ECLI:NL:GHDHA:2024:249
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling minderjarige wegens ontwikkelingsbedreiging en hulpverleningsimpasse
De minderjarige, geboren in 2016, wordt onder toezicht gesteld vanwege ernstige bedreiging van haar ontwikkeling, waaronder stagnerende schoolgang, sociaal-emotionele, spraak- en cognitieve problemen. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit en wonen samen met de minderjarige.
De moeder is in hoger beroep gegaan tegen de beschikking tot ondertoezichtstelling, omdat zij wil dat de minderjarige regulier onderwijs volgt en bezwaar maakt tegen diagnostisch onderzoek buiten een schoolomgeving. Het hof oordeelt dat eerdere onderwijsvormen niet passend waren en dat een actueel en uitgebreid onderzoek noodzakelijk is voordat een passende school kan worden gevonden.
De hulpverlening in het vrijwillige kader is onvoldoende op gang gekomen, mede door het gebrek aan medewerking van de moeder. Het hof concludeert dat de noodzakelijke hulpverlening alleen in een gedwongen kader kan worden ingezet en bekrachtigt daarom de ondertoezichtstelling voor de duur van twaalf maanden.
Het hof benadrukt het belang van het doorbreken van de impasse tussen de moeder en de gecertificeerde instelling, zodat snel een observatieplek kan worden gevonden voor diagnostisch en didactisch onderzoek van de minderjarige.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt bekrachtigd voor de duur van twaalf maanden.