Partijen zijn ouders van twee minderjarige kinderen, waarvan de hoofdverblijfplaats bij de moeder is. De vader verzocht om vermindering van zijn kinderalimentatie vanaf 2020 wegens verminderde draagkracht door werkloosheid en beperkte inkomsten. De rechtbank wees dit verzoek af en het hof bevestigt deze beslissing.
Het hof overweegt dat de vader weliswaar minder inkomen heeft, maar nog steeds over verdiencapaciteit beschikt en onvoldoende heeft aangetoond dat hij niet kan werken. Zijn mentale gesteldheid en persoonlijke omstandigheden zijn onvoldoende om hem van het benutten van zijn verdiencapaciteit te ontslaan.
Ook de verdeling van draagkracht over de twee kinderen leidt niet tot een andere uitkomst, mede door het ontbreken van gegevens over de draagkracht van de moeder van het jongste kind. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en wijst het beroep van de vader af.