Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling bij de rechtbank, ontvangen van de zijde van de moeder op 19 september 2022;
- een brief met bijlagen van de zijde van de vader van 21 december 2023, ingekomen op 22 december 2023;
- een brief met bijlagen van de zijde van de moeder van 29 december 2023, ingekomen op diezelfde datum;
- twee e-mails van de zijde van de vader van 2 januari 2024;
- een journaalbericht met bijlage van de zijde van de moeder van 8 januari 2024, ingekomen op diezelfde datum.
3.De feiten
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 2] ;
- [Kind 1] , geboren op [geboortedatum] 2002;
- [Kind 2] , geboren op [geboortedatum] 2006.
4.De omvang van het geschil
- de moeder met het eenhoofdig gezag over de kinderen wordt belast;
- de vader met ingang van 1 juli 2017, subsidiair met ingang van 23 maart 2021, € 250,- per kind per maand kinderalimentatie aan de moeder moet betalen.
5.De motivering van de beslissing
- vanaf 1 juni 2022 tot en met 30 juni 2023 € 90,- per kind per maand kinderalimentatie aan de moeder moet betalen;
- vanaf 1 juli 2023 € 119,- per kind per maand kinderalimentatie aan de moeder moet betalen;
- steeds te voldoen voor de eerste van de maand.
6.De beslissing
- vanaf 1 juni 2022 tot 1 juli 2023 € 90,- per kind per maand als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen aan de moeder moet betalen;
- vanaf 1 juli 2023 € 119,- per kind per maand als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen aan de moeder moet betalen;
- voor wat betreft de nog te verschijnen termijnen telkens te voldoen voor de eerste van de maand;