ECLI:NL:GHDHA:2024:2596
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- E.A. Mink
- J.M. van de Poll
- A.A.F. Donders
- Rechtspraak.nl
Hof bevestigt geldigheid testament ondanks dementie erflaatster
Erflaatster overleed in 2019. Haar testament uit 2018 legateerde haar woning aan haar broer en benoemde haar broers en zus tot erfgenamen. Appellanten, onder wie bewindvoerders van een broer en dochters van de overleden zus, stelden dat erflaatster ten tijde van het testament niet wilsbekwaam was vanwege dementie.
Zij ondersteunden hun stelling met verklaringen van naasten en een medisch rapport van een arts, die stelde dat erflaatster niet in staat was de gevolgen van het testament te overzien. Geïntimeerde betwistte dit en overlegde een brief van de notaris die het testament had gepasseerd, waarin de notaris verklaarde dat erflaatster wilsbekwaam leek.
Het hof hield getuigenverhoren, waaronder van de arts, de notaris, en andere betrokkenen. Het hof hechtte meer waarde aan de notarisverklaring, die stelde dat erflaatster helder en zelfstandig leek en het testament begreep. Het hof concludeerde dat appellanten niet in hun bewijsopdracht waren geslaagd en verklaarde het testament niet nietig.
Verder wees het hof de vorderingen van appellanten af om de nalatenschap anders te verdelen en om rekening en verantwoording over het beheer van de financiën van erflaatster voor 25 juni 2018. Geïntimeerde had vanaf die datum wel verantwoording afgelegd. Tot slot veroordeelde het hof appellanten in de proceskosten van hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen tot nietigheid testament en andere gevorderde maatregelen af en bevestigt de geldigheid van het testament.