ECLI:NL:GHDHA:2024:260
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Voogdij toegekend aan pleegmoeder ondanks advies Raad voor de Kinderbescherming
Na het overlijden van de moeder verblijven de minderjarigen sinds 2020 bij hun pleegmoeder, de zus van de moeder, die hen een stabiele opvoedingssituatie biedt. De rechtbank had eerder de voogdij aan de gecertificeerde instelling toegewezen en het verzoek van de pleegmoeder afgewezen.
In hoger beroep heeft de pleegmoeder verzocht om de voogdij aan haar toe te kennen. Het hof overweegt dat de pleegmoeder de minderjarigen al langere tijd verzorgt en opvoedt en dat de minderjarigen een hechte band met haar hebben. Hoewel het contact met de vader verstoord is en de gecertificeerde instelling als neutrale partij het contact zou kunnen herstellen, weigert de vader alle medewerking.
De pleegmoeder staat open voor contactherstel en werkt mee aan pleegzorgbegeleiding. Het hof acht het daarom in het belang van de minderjarigen om de voogdij aan de pleegmoeder toe te kennen, zodat de opvoedsituatie wordt gewaarborgd en het contact met de vader via begeleiding kan worden gestimuleerd. De eerdere beschikking wordt vernietigd en de pleegmoeder wordt benoemd tot voogd.
Uitkomst: De voogdij over de minderjarigen wordt toegewezen aan de pleegmoeder met ingang van de datum van de beschikking.