Uitspraak
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.De motivering van de beslissing
24 april 2024 voor zover hierna niet anders vermeld.
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Den Haag het hoger beroep behandeld tegen de afwijzing door de rechtbank van het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van een overleden man over een minderjarige.
De rechtbank had het verzoek afgewezen vanwege het ontbreken van bruikbaar DNA-materiaal van de man. Het hof achtte het echter aannemelijk dat de man de biologische vader kon zijn en besloot een DNA-onderzoek te gelasten waarbij de zussen van de man moesten meewerken. Na hun medewerking werd het vaderschap via DNA-onderzoek met meer dan 99,999% zekerheid vastgesteld.
Het hof oordeelde dat het in het belang van de minderjarige is dat het vaderschap wordt vastgesteld en vernietigde de beschikking van de rechtbank. Tevens veroordeelde het hof de moeder als wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige tot betaling van de kosten van het deskundigenonderzoek, ter hoogte van €1.570,-, en vond het niet redelijk dat de zussen aan deze kosten zouden bijdragen.
De beschikking wordt aan de ambtenaar van de burgerlijke stand gezonden voor verwerking. Hiermee is het vaderschap van de overleden man over de minderjarige definitief vastgesteld.
Uitkomst: Het hof stelt het vaderschap van de overleden man over de minderjarige vast en veroordeelt de moeder tot betaling van de kosten van het DNA-onderzoek.