ECLI:NL:GHDHA:2024:2605
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Herstelbeschikking vaderschap en kostenveroordeling DNA-onderzoek minderjarige
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Den Haag een herstelbeschikking gegeven ter correctie van een eerdere beschikking van 24 april 2024. De oorspronkelijke beschikking wees het verzoek van de bijzondere curator af tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van een overleden man, omdat er geen bruikbaar DNA-materiaal van hem beschikbaar was. Het hof achtte het echter aannemelijk dat de man de biologische vader van de minderjarige kon zijn en gaf toestemming voor DNA-onderzoek waarbij de zussen van de man moesten meewerken.
Na medewerking van de zussen is het vaderschap via DNA-onderzoek vastgesteld. Het hof oordeelde dat het niet redelijk is dat de zussen de kosten van dit deskundigenonderzoek dragen en veroordeelde daarom de moeder van de minderjarige tot betaling van deze kosten. Tevens corrigeerde het hof een fout in de opsomming van belanghebbenden, waarbij een halfbroer ten onrechte als overleden was vermeld en een overleden halfbroer niet was genoemd.
De herstelbeschikking is gegeven op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarbij kennelijke fouten in de eerdere beschikking zijn verbeterd. De uitspraak is op 18 december 2024 gedaan en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot DNA-onderzoek toe en veroordeelt de moeder van de minderjarige tot betaling van de kosten van het deskundigenonderzoek.