ECLI:NL:GHDHA:2024:290
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging echtscheiding en rechtskeuze huwelijksvermogensregime onder Iraans recht
Partijen zijn in 2017 in Iran gehuwd, waarbij de vrouw de Afghaanse en de man de Nederlandse nationaliteit bezit. De rechtbank sprak op 8 april 2021 de echtscheiding uit en bepaalde dat Iraans recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime. Het hof bevestigt deze beschikking en wijst het verzoek van de man tot vernietiging van de echtscheiding af.
De man stelde dat de vrouw niet-ontvankelijk was in haar verzoek tot echtscheiding en dat het huwelijk volgens Iraans recht bleef voortbestaan, maar het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat Nederlands recht op de echtscheiding van toepassing is. De duurzame ontwrichting van het huwelijk is niet betwist.
Ten aanzien van het huwelijksvermogensregime betwist de man de rechtskeuze voor Iraans recht, stellende dat deze pas tijdens het huwelijk is gemaakt. Het hof oordeelt dat partijen bij het sluiten van het huwelijk huwelijkse voorwaarden zijn overeengekomen die ondubbelzinnig een rechtskeuze voor Iraans recht inhouden, conform het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De bestreden beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de echtscheiding en bevestigt dat het huwelijksvermogensregime beheerst wordt door Iraans recht op basis van een ondubbelzinnige rechtskeuze.