ECLI:NL:GHDHA:2024:407
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen vergoeding bezwaarkosten na vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting uit coulance
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat zij parkeerbelasting had betaald voor de verkeerde parkeerzone. De Heffingsambtenaar vernietigde deze aanslag bij uitspraak op bezwaar uit coulance, niet wegens een aan hem te wijten onrechtmatigheid.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een verzoek tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn af. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze beslissing.
Het Hof oordeelde dat het betalen van parkeerbelasting voor een verkeerde zone voor rekening van belanghebbende komt, dat de Heffingsambtenaar niet gehouden is om na te gaan of al parkeerbelasting was voldaan in een andere zone en dat de vernietiging uit coulance plaatsvond. Hierdoor bestaat geen recht op proceskostenvergoeding. Ook werd geoordeeld dat het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel niet zijn geschonden en dat het verzoek om immateriële schade terecht werd afgewezen omdat de spanning en frustratie eindigden met de uitspraak op bezwaar.
Het Gerechtshof bevestigde de uitspraak van de Rechtbank en wees alle vorderingen van belanghebbende af.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting is uit coulance vernietigd zonder dat sprake is van een aan de Heffingsambtenaar te wijten onrechtmatigheid, waardoor geen vergoeding van bezwaarkosten of immateriële schade wordt toegekend.