ECLI:NL:GHDHA:2024:614
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vervangende toestemming verhuizing en zorgregeling minderjarigen
De zaak betreft een geschil tussen de vader en moeder over de verhuizing van de moeder met twee minderjarige kinderen naar een andere plaats. De ouders oefenen gezamenlijk gezag uit en hebben een ouderschapsplan waarin afspraken zijn gemaakt over hoofdverblijfplaats en zorgregeling.
De rechtbank had de moeder vervangende toestemming verleend om te verhuizen en de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar te laten. De vader kwam hiertegen in hoger beroep en verzocht onder meer om schorsing van de uitvoerbaarheid en wijziging van hoofdverblijfplaats en zorgregeling. Het hof wees het schorsingsverzoek af omdat het in deze beschikking inhoudelijk beslist.
Het hof overwoog dat het belang van de moeder om haar leven opnieuw in te richten zwaar weegt, mede gezien de afstand en de noodzaak van een ruime woning voor haar nieuwe gezinssituatie. De nadelen voor de kinderen, zoals langere reistijd, wegen niet zwaarder dan de voordelen. De zorgregeling blijft grotendeels ongewijzigd om continuïteit te waarborgen. Het hof benadrukte het belang van goede communicatie tussen ouders en raadde aan het traject Ouderschap Blijft te volgen om conflicten te verminderen.
De bestreden beschikking van de rechtbank werd dan ook bekrachtigd en het meer of anders verzochte van de vader werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de rechtbankbeschikking die de moeder vervangende toestemming verleent om met twee minderjarigen te verhuizen en wijst het verzoek van de vader tot wijziging hoofdverblijfplaats en zorgregeling af.