ECLI:NL:GHDHA:2024:658

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
26 maart 2024
Publicatiedatum
23 april 2024
Zaaknummer
22-000249-23
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 onder B OpiumwetArt. 344a lid 3 SvArt. 404 lid 5 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs door onmogelijkheid horen anonieme getuige bij opzettelijk bezit heroïne en cocaïne

In hoger beroep heeft het Gerechtshof Den Haag het vonnis van de politierechter in Rotterdam vernietigd en de verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde bezit van heroïne en cocaïne. De zaak draaide om een verklaring van een anonieme getuige die cruciaal was voor de bewijsvoering in eerste aanleg.

De verdediging had verzocht om het horen van deze anonieme getuige, maar omdat diens identiteit niet meer te achterhalen was, was het horen niet mogelijk. Volgens artikel 344a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering mag een anonieme getuigenverklaring alleen worden gebruikt als deze wordt ondersteund door ander bewijsmateriaal en de verdediging de mogelijkheid heeft gehad de getuige te horen.

Het hof oordeelde dat zonder de anonieme getuigenverklaring onvoldoende bewijs resteert om de tenlastelegging te bewijzen. De advocaat-generaal had eveneens gevorderd tot vrijspraak. Daarnaast gelastte het hof de teruggave van een in beslag genomen geldbedrag van €310 aan de verdachte. De verdachte werd niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep voor een andere vrijspraak die niet vatbaar was voor hoger beroep.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs door onmogelijkheid horen anonieme getuige.

Uitspraak

Rolnummer: 22-000249-23
Parketnummers: 10-116246-20 en 10-190561-22 (gev. ttz)
Datum uitspraak: 26 maart 2024
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 27 januari 2023 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde onder parketnummer 10-116246-20 veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 30 uren met aftrek van voorarrest, waarvan 15 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorts is er een beslissing genomen over het inbeslaggenomen voorwerp, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte is door politierechter in de rechtbank Rotterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem in de zaak met parketnummer 10-190561-22 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Zaak met parketnummer 10-116246-20:
hij, op of omstreeks 10 april 2020 te Vlaardingen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 1,1 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroine en/of ongeveer 4,8 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaine, zijnde heroine en/of cocaine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte moet worden vrijgesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd in de zaak met parketnummer 10-116246-20.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Vrijspraak
In de zaak met parketnummer 10-116246-20 is sprake van een verklaring van een anonieme getuige. Artikel 344a van het Wetboek van Strafvordering is dan van toepassing. Ingevolge het derde lid van dit artikel mag een verklaring van de getuige wiens identiteit niet blijkt alleen meewerken tot het bewijs als de bewezenverklaring in belangrijke mate steunt vindt in andersoortig bewijsmateriaal en als de verdediging de gelegenheid heeft gehad om desgewenst deze anonieme getuige te horen. De verdediging heeft verzocht om het horen van de anonieme getuige, maar omdat de personalia van de getuige niet meer te achterhalen zijn is het horen niet mogelijk gebleken. Daardoor vervalt de mogelijkheid om de verklaring van de anonieme getuige te gebruiken voor het bewijs (zie HR 19 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2407).
Hetgeen de anonieme getuige heeft verklaard is van cruciaal belang in de door de politierechter gehanteerde bewijsconstructie. Zonder die verklaring resteert onvoldoende bewijs om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.
Naar het oordeel van het hof is dan ook niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met parketnummer 10-116246-20 is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan - overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal (zij het op een andere grond) - behoort te worden vrijgesproken.
Beslag
Onder de verdachte is een voorwerp in beslag genomen, te weten:
- Een geldbedrag ten bedrage van € 310,00 (genummerd 1 op de bijgevoegde lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen).
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het inbeslaggenomen voorwerp zal worden teruggegeven.
Nu de verdachte zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde, zal het hof de teruggave bevelen van het onder de verdachte inbeslaggenomen voorwerp.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 10-190561-22 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10-116246-20 tenlastegelegde heeft begaan en
spreekt de verdachtedaarvan
vrij.
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- Een geldbedrag van € 310,00.
Dit arrest is gewezen door mr. B.P. de Boer,
mr. C.P.E.M. Fonteijn-Van der Meulen en
mr. J.P.L.M. Remmerswaal,
in bijzijn van de griffier mr. M. van der Bom.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 26 maart 2024.