Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
raadkamer beklagzaken
,
1.Het beklag
[beklaagde 1], [beklaagde 2]en
[beklaagde 3], beklaagden, niet te vervolgen ter zake van voordeeltrekking uit uitbuiting, schuldheling en schuldwitwassen.
Gerechtshof Den Haag
Klaagster diende een beklag in tegen het besluit van het openbaar ministerie om beklaagden niet te vervolgen voor voordeeltrekking uit uitbuiting, schuldheling en schuldwitwassen, gepleegd in de periode 2003-2018. De aangifte betrof vermeende arbeidsuitbuiting van Noord-Koreaanse arbeiders op een Poolse scheepswerf en het profiteren van beklaagden van deze uitbuiting.
Het hof stelde vast dat klaagster ontvankelijk was in het beklag omdat zij zich inzet voor de preventie van mensenhandel en het opkomen voor de belangen van verhandelde personen. Na bestudering van het dossier, het onderzoek door een gespecialiseerd opsporingsteam en de toelichting van beklaagden, oordeelde het hof dat onvoldoende aannemelijk was dat beklaagden betrokken waren bij de strafbare feiten of de ondernemingen die deze feiten pleegden.
Gezien het tijdsverloop, de locatie van de feiten en de woonplaats van de slachtoffers achtte het hof verder onderzoek niet zinvol. Het beklag werd daarom afgewezen, waarmee het besluit tot niet-vervolging gehandhaafd bleef.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af en bevestigt het besluit tot niet-vervolging van beklaagden.